In de oude Griekse cultuurtijd werd meetkunde beleefd als ‘de taal der goden’, als een scholingsweg voor het denken. Meetkunde is de taal waarin de geest zich uitdrukt: elke vorm is de expressie van een idee.
Bij het construeren werken hand en verstand samen; meetkunde is niet alleen een scholing van het denken, ook een mobiliseren van wilskracht. Het gaat hier om de wil en het vermogen om constructies precies uit te voeren, de zoektocht die nodig is om tot een bewijs van een eigenschap te geraken. In de meetkunde wordt waarheid beleefbaar en ervaar je de kracht van de menselijke geest.
Er is ook een beleving van schoonheid bij een mooie meetkundige tekening of een sluitend bewijs. Dit alles verklaart waarom meetkunde een belangrijke plaats heeft in het leerplan van vrijescholen.
Hieronder staan impressies van de periodes die aan alle leerlingen worden gegeven.

7e klas: Vlakke meetkunde

De leerlingen ontdekken de schoonheid en de wetmatigheden van de vormenwereld. Ze leren exact te werken met passer, liniaal en geodriehoek.
Onderzocht worden de kenmerken van de driehoek, de vierhoek en de vijfhoek. Ze construeren driehoeken met drie gegevens. Bijzondere lijnen van de driehoek worden behandeld: zwaartelijn, hoogtelijn en bissectrice. De periode vindt zijn afsluiting in de stelling van Pythagoras.

8e klas: Vlakke meetkunde

Er zijn twee periodes vlakke meetkunde.
Dit leerjaar staat nauwgezette bewijsvoering van eigenschappen centraal door een stapsgewijze en logische afleiding vanuit de gegevens. Leerlingen worden uitgedaagd om de leraar na te volgen en bewijzen zelf te doordenken. De vaardigheden van klas 7 worden herhaald en toegepast in complexere samenhangen. Daarnaast is precisie bij het construeren belangrijk. Afbeeldingen in het platte vlak zoals spiegelen, vermenigvuldigen en roteren worden onderzocht.

In de tweede periode worden driedimensionale lichamen onderzocht vanuit de aanzichten, door middel van uitslagen en via bouwplaten. Leerlingen worden aangezet om zelf onderzoek te verrichten.

9e klas: Cirkelmeetkunde

De cirkel is een weerspiegeling van de perfectie, eenheid en heelheid van de wereld en van onszelf. Onbewust kan de puber, die alle zekerheden van de kindertijd heeft verloren, de eenheid van de cirkel als houvast beleven. Kenmerken van de Griekse wiskunde worden behandeld evenals de relatie tussen cirkelbogen en hoeken. Het getal pi wordt geïntroduceerd. Verder wordt er geoefend met het berekenen van omtrek en oppervlakte van figuren die worden begrensd door cirkelbogen. Raaklijnconstructies en veel andere constructies doen een beroep op de precisie, terwijl bewijzen van stellingen een beroep doen op het logische denken.

10e klas: Ruimtemeetkunde

De structuur van de ruimte wordt blootgelegd. Het gaat om naar binnen kijken, ruimtelijk inzicht. Er worden verbanden gelegd tussen de wiskundige lichamen en vormen, mede door het tekenen van doorsneden van vlakken met kubussen en andere wiskundige lichamen. De leerlingen maken vele constructies en projectievormen. Daarbij wordt het gevoel voor harmonie, precisie en schoonheid aangesproken.

11e klas: Projectieve meetkunde

Met deze meetkunde komt de vlakke en ruimtemeetkunde uit de 8e, 9e en 10e klas in breder perspectief te staan. De geschiedenis van de meetkunde wordt besproken, evenals uitgangspunten en axiomatiek. De benadering is puur meetkundig en kwalitatief. Belangrijk zijn transformaties van vormen met behoud van de essentie. Projectieve meetkunde biedt een perspectief in het ruimtelijke tot het begrip oneindigheid toe. Het oneindige wordt bijna grijpbaar.