Opvoeden met het internet

We weten allemaal dat het internet zowel een zonnige als een donkere kant heeft. Kinderen kunnen heel vervelende ervaringen opdoen of zelf op een verkeerde manier bezig zijn. Ze moeten worden opgevoed in een goed gebruik van het internet. Geen enkele ouder stuurt zijn kinderen zomaar de straat op, de grote stad in. Je vertelt ze wat ze daar kunnen verwachten, wat leuk is en wat niet, wat wel mag en wat niet. En in het begin blijf je er een beetje bij; dat geldt ook voor het internet.
Voorwaarde is dat u zelf genoeg weet van het internet om te begrijpen waar uw kind mee bezig is.

Wat u kunt doen

Ga chatten, MSN-en, surfen en zoeken, downloaden en mp3’tjes delen. De beste tips krijgt u van vrienden of andere ouders.
Installeer op uw computer een goede virusscanner. Kinderen sturen elkaar soms virussen toe, als ‘geintje’.
Een gouden regel is om op onaangename mails NIET te reageren en de afzender te blokkeren.
Praat regelmatig met uw kinderen en hun vrienden en vriendinnen over wat ze doen en meemaken op het internet en hoe ze dat vinden. Vertel ook over uw eigen ervaringen. De internetwereld van hyves, facebook of twitter biedt vele mooie mogelijkheden. Daarnaast kan het ook een podium zijn voor last, roddel of smaad. Spreek er regelmatig met uw kind over

Vervelende dingen

Druk uw kind op het hart om naar u toe te komen als er op het internet vervelende dingen gebeuren.
Als er vervelende dingen met onbekenden in een chatroom gebeuren, moedig uw kind dan aan weg te blijven uit die chatroom. Zoek een leuk alternatief.
Wordt uw kind gepest met mails, twitter of MSN, bespreek het dan met de klassenleerkracht. Een pestprobleem met klasgenoten moet op school worden aangepakt.

Zie Omgaan met internet, bestemd voor leerlingen.